|
De Nederlandse fruitteelt (hardfruit) bestaat uit; 9.562 hectare appels en 6.914 hectare peren aldus het CBS, deze meting (meitelling) is van medio 2006. In België staat ruim 90 procent van dat fruitareaal in Vlaanderen geplant. Van het Vlaamse fruitbomenareaal groeit en bloeit 60 procent in het zuiden van Limburg.Haspengouw is het centrum. Onze zuiderburen hadden in 2003 ruim 10.050 hectare appel en 6.300 hectare peer (VBT). De oppervlakte fruitteelt is drastisch afgenomen, zo was er in 1960 nog ruim 52.000 hectare fruitareaal, in 1984 was dit aantal al teruggelopen tot 23.500 hectare. (Zie onderaan de 2 e pagina de CBS cijfers voor NL) Hoewel het telen van fruit zeer oud is, heeft het lang geduurd voordat fruit een algemeen consumptie artikel was. In de middeleeuwen vond fruitteelt plaats in de tuinen van
kloosters en burchten, maar verder kon men weinig vinden. In de 19e eeuw breidde de fruitteelt zich uit, men plantte fruitbomen rondom boerderijen, waardoor de
boerenboomgaarden ontstonden. Langzaam maar zeker begon het fruit telen omvangrijker te worden, al bleef het een bijzaak op een gemengd bedrijf. In Nederland treft u de boomgaarden
aan in Gelderland, Noord en Zuid Holland, Zeeland, West
Brabant, Flevoland, Noord -Oost Polder, IJsselstreek en op
plaatsen in Midden en Zuid Limburg. Echter zijn er regio's waar veel bedrijven zijn ontstaan in de loop der jaren. Plaatsen als Tiel en Geldermalsen (Gld) zijn bekend met veel gespecialiseerde fruitteeltbedrijven.
Geldermalsen heeft de bekende fruitveiling. Vroeger zag je bomen van soms wel meer dan 10 meter hoog die in de jaren 70 al plaats hebben
gemaakt voor struiken, spillen of laagstambomen genoemd. Nu zie je percelen met duizenden bomen per hectare zodat je mag denken aan een plantafstand van 3.00 X 1.00 (3 meter op de rij en een in de rij) In de loop der jaren zijn er veel intensieve beplantingen ontstaan. De teler heeft ontdekt dat met een intensief systeem de productie drastisch opgevoerd kan worden, zonder dat er direct sprake is van meer arbeidsuren. Per regio kwam men met een eigen beplantingssysteem. Zo kennen we het 3 of 5 rijensysteem. De Noord-Hollanders kwamen met het Noord-Hollandse 3 rijen systeem, en de Zeeuwen lieten van zich horen met het Zeeuwse 5 rijen systeem. Dit zijn enkele bekende voorbeelden waar veel percelen naar geplant zijn in de jaren 80 en 90. Vanaf de 2 e helft van de jaren 90 zie je duidelijk het (intensieve) enkele rij systeem weer meer geplant worden. Dit komt waarschijnlijk door het makkelijker werken, sterke groei is beter op te vangen, en milieuvriendelijker met onkruid spuiten. |