Handel 

 

De agrarische handel vertegenwoordigt een werkgelegenheid van naar schatting 80.000 arbeidsjaren. Daarvan is een aanzienlijk deel direct betrokken bij de internationale agrarische handel. De agrarische invoer van Nederland bestaat voor ongeveer de helft uit akkerbouwproducten. Hierbij gaat het vooral om uitheemse producten, dranken en veevoeders. De agrarische invoer is hoofdzakelijk bestemd voor de industrie en consumptie; slechts een klein deel gaat direct naar de landbouw. 

Nederland is een netto-exporteur van agrarische producten en voedingsmiddelen: de uitvoer is groter dan de invoer. In de agrarische uitvoer hebben naast akkerbouwproducten ook tuinbouwproducten en veehouderijproducten een belangrijk aandeel. Bijna de helft van de uitvoer betreft bewerkte producten. De andere helft van de uitvoer bestaat uit vrijwel onbewerkte producten (met name tuinbouwproducten) en niet-Nederlandse producten. Voor wat betreft de herkomst en bestemming van de agrarische handel is de Europese Unie voor de Nederlandse agrarische sector van levensbelang. Meer dan de helft van de agrarische invoer komt uit EU-landen, terwijl driekwart van de agrarische uitvoer naar deze landen gaat. Binnen de EU zijn Duitsland, België/Luxemburg en Frankrijk de belangrijkste leveranciers van agrarische producten aan Nederland. Duitsland is ook veruit de belangrijkste afnemer van de Nederlandse agrarische export. Buiten de EU zijn Amerika en Afrika belangrijke leveranciers. Amerika is ook een aanzienlijke afnemer van agrarisch Nederland, evenals Oost-Europa en Azië. De internationale gerichtheid van de Nederlandse agrarische sector blijkt ook uit de vooraanstaande positie die ons land in de totale agrarische handel van de EU inneemt. Als geheel is de EU, anders dan Nederland, netto-importeur van agrarische producten.
Promotieveiling van the Greenery

Bij de agrarische invoer van de EU had Nederland in 1994 een aandeel van bijna 12%, waarmee het na Duitsland (22%), Frankrijk (15%), Italië (14%) en het Verenigd Koninkrijk (14%) de vijfde plaats op de ranglijst bezet. Bij de agrarische uitvoer staat ons land met een aandeel van bijna 21% in 1994 op de eerste plaats, voor Frankrijk (20%), Duitsland (14%), België/Luxemburg (9%) en het Verenigd Koninkrijk (8%). De hoogste aandelen heeft Nederland bij de invoer van oliezaden en bij de uitvoer van sierteeltproducten.

(bron: Ministerie van landbouw,natuurbeheer en visserij)

De Nederlandse land en tuinbouw producten staan in het  buitenland als zeer goed en betrouwbaar bekend. Wel moeten we als telersRed Prince snel kunnen inspelen op een wisselende markt. Van telers wordt verwacht dat ze precies registreren wat ze spuiten en strooien. Ook controle door diverse instanties zal als gewoon moeten worden gezien. Zo kennen we o.a de MBT teelt (milieu bewuste teelt) en het BZ systeem. (bedrijfszorgsysteem van The Greenery). MBT verdwijnt en zal plaatsmaken voor EUREP-GAP. De markt eist bijvoorbeeld een appel en peer die voldoet aan bepaalde hardheidseisen, en vrij van sommige bestrijdingsmiddelen.Want willen we onze producten ook in de toekomst blijven leveren dan is (uniforme) registratie, kwaliteit, controle,  flexibiliteit en marktgerichtheid van groot belang. Bij fruitverkoop is de prijs bepaald door vraag enPromotiecampagne in Middelburg op 24 december 1999 aanbod op de markt, dus veel vraag en weinig aanbod wil zeggen, een goede prijs en bij veel aanbod een lagere marktwaarde. Zelfs per ras merk je dit, in een jaar met veel peren zal de prijs meteen stukken lager uitvallen, vooral rassen die op de binnenlandse markt afgezet moeten worden gaan dan voor magere prijzen. De coöperaties en hun leden konden eerst gebruik maken van een interventieregeling. Men nam zo een kwantum uit de markt waar de teler een vaste prijs voor kreeg en het aanbod lager was. De Europese Commissie besliste over deze interventieregeling die tot eind 2000 bestond. Deze regeling is inmiddels vervangen voor deDuitsers willen nog wel eens vergeten dat veel producten uit Nederland komen, het project Nachbarland Niederlande helpt hen hier aan herinneren gemeenschappelijke  marktordening. (GMO) Daarmee is de geldstroom verlegd van de telers naar de afzetorganisaties. Ook heeft de overheid in de jaren 90 een tijdelijke rooiregeling gemaakt zodat met subsidies te verstrekken bepaalde percelen werden gerooid.

 

 

  2  3  Top